Vergeet niet om huurtoeslag aan te vragen. Geregeld durven huurders dit niet, omdat ze bang zijn dat ze het terug moeten betalen en daardoor in de schulden komen. Toch loont het om het aan te vragen, zodat je makkelijker rond kunt komen. Je kunt ook huurtoeslag met terugwerkende kracht aanvragen. Dit kan tot 1 september van het volgende jaar. Wil je bijvoorbeeld nog huurtoeslag aanvragen over 2024? Doe dit dan voor 1 september 2025. In ‘Mijn Toeslagen’ kun je huurtoeslag aanvragen en wanneer er sprake is van huurverhoging, dit hier eenvoudig aanpassen. Ook kun je eerste een proefberekening maken:

Belastingdienst proefberekening toeslagen

Belastingdienst huurtoeslag-aanvragen

Je kunt natuurlijk ook de Belastingdienst bellen: 0800-0543

Er worden meldingen gemaakt van onrechtmatig hoge huurverhogingen. Het percentage van 7,7% dat alleen geldt voor middenhuurwoningen, blijken sommige huisbazen ook bij sociale- en vrijesectorhuurders op te leggen. Middenhuur bestaat wettelijk gezien pas vanaf 1 juli 2024. Huurcontracten die eerder zijn afgesloten vallen daarmee altijd binnen de sociale of vrije sector. Alle reden om de voorgestelde huurverhoging tegen het licht te houden. De Woonbond heeft hiervoor een eenvoudige online check.

Door het tekort aan sociale huurwoningen en de stijgende prijzen in de private sector zijn jongeren gedwongen om een steeds groter deel van hun inkomen aan woonlasten te besteden. Jongeren in Nederland worden steeds harder geraakt door de wooncrisis. Door de beperkte toegang tot sociale huurwoningen zijn zij steeds vaker aangewezen op dure private huurwoningen. Jongeren tot 35 jaar zijn hierdoor gemiddeld bijna de helft van hun inkomen kwijt aan woonlasten, dit is fors meer dan 10 jaar geleden.

Een recent onderzoek geeft inzicht in de woonsituatie, woonlasten en verhuiswensen van Nederlandse huishoudens. Uit dit onderzoek blijkt dat huurders gemiddeld 34,4% van hun besteedbaar inkomen aan woonlasten besteden. Dit percentage verschilt per leeftijdsgroep en woningtype. Jongeren hebben vaak hogere woonlasten dan oudere huurders, omdat zij vaker afhankelijk zijn van de vrije sector en minder toegang hebben tot sociale huurwoningen.
Daarnaast toont het onderzoek aan dat het aantal sociale huurwoningen nauwelijks is gegroeid, terwijl de vraag onder jongeren juist sterk is toegenomen. Dit vergroot de druk op de private huurmarkt, waardoor huurprijzen blijven stijgen.

De gemiddelde huurprijs voor een woning kan echter erg verschillen per regio. De gemiddelde huurprijs in de vrije sector is in 2025 gestegen naar € 1.781 per maand. In verschillende steden liggen de prijzen nog hoger, zoals in Amsterdam: € 2.163 per maand. Maar in Drenthe ligt dit op € 1.074 per maand. Deze gemiddelde bedragen zijn gebaseerd op een woning van 80 m². Tien jaar geleden waren de huurprijzen aanzienlijk lager. In 2015 lag de gemiddelde huurprijs in de vrije sector rond de € 1.200 per maand.

Het toegankelijker maken van gedeelde woonvormen helpt ook. Momenteel worden huurders financieel gestraft wanneer ze woonruimte delen, bijvoorbeeld door verlies van huurtoeslag of het moeten betalen van hogere belastingen. In plaats daarvan zou de overheid moeten inzetten op maatregelen die woningdelen belonen, zoals fiscale voordelen of aangepaste huurregels voor gezamenlijke huishoudens. Dit zou niet alleen meer woningen beschikbaar maken voor jongeren, maar ook bijdragen aan betaalbaarder wonen en meer sociale cohesie binnen steden.

Nadat de coalitie de beloofde tweejarige huurbevriezing schrapte, gaat ook voor 1,5 miljoen huurders met huurtoeslag de beloofde ‘boodschappenbonus’ niet door!

De vier partijen van de inmiddels uit elkaar gevallen coalitie, deden samen de belofte om de huren te bevriezen en de huurtoeslag te verhogen. Deze eenmalige verhoging van de huurtoeslag zou huurders met huurtoeslag ongeveer 600 euro opleveren.
Geert Wilders noemde dit ‘de boodschappenbonus’. Maar de coalitie breekt ook deze belofte. Doordat zij de huren fors laten oplopen gaat de overheid al meer uitgeven aan huurtoeslag. Bij de huurbevriezing zou de overheid geld besparen op de uitgaven aan huurtoeslag. Nu dit niet doorgaat, krijgen huurders een forse huurverhoging én maakt de coalitie geen geld vrij voor de beloofde bonus. Huurders zijn dus dubbel de pineut.

Het is onbestaanbaar dat coalitiepartijen belofte na belofte breken, ten koste van huurders. In het debat wat volgt in de Tweede Kamer over de voorjaarsnota zou de minister tot de orde moeten worden geroepen, aangezien er in plaats van een huurbevriezing een huurexplosie volgt. Nu ook de beloofde boodschappenbonus van huurders is afgepakt, moeten huurders worden gecompenseerd. Dat betekent dat er geld bij moet voor structurele verbetering van de huurtoeslag en moeten hoge huurstijgingen voorkomen worden.

Al vanaf november 2024 werd er actie gevoerd tegen de hoge huurstijging, de coalitie had de huurexplosie kunnen voorkomen. Ondanks meerdere moties van verschillende partijen en zelfs een initiatiefwet van GroenLinks-PvdA om de huurexplosie te voorkomen, stemden coalitiepartijen (waaronder de PVV) hier nooit mee in. Maar onder druk van o.a. de Woonbond kwam de PVV bij de voorjaarsnota toch nog in actie. De coalitie beloofde een tweejarige huurbevriezing voor sociale huurders én een boodschappenbonus van 600 euro in 2026 voor elke huurtoeslagontvanger. Van beide komt nu dus niks terecht. Wilders trok de stekker uit het kabinet en Keijzer trok de huurbevriezing in.

Bij het Tweede Kamerdebat over de voorjaarsnota gaat het ook over het plan om de ‘Wet Betaalbare Huur’ alweer aan te passen, om hogere huurverhogingen toe te staan. Het is onbestaanbaar om enerzijds alle beloftes aan huurders te breken, maar anderzijds de slecht uitgewerkte en ondoordachte plannen voor hogere huurprijzen wél door te laten gaan en zo de huurprijsbescherming te verzwakken.

De huurbevriezing is van de baan. De plannen om de komende twee jaar geen huurverhoging te vragen voor sociale huurwoningen gaat niet door. Huurders werden ten onrechte blij gemaakt. Dat er ook een keerzijde is was duidelijk, maar nu wordt dit weer opgelost in het nadeel van de huurder. Door de huurbevriezing die het kabinet had ingesteld voor de komende twee jaar zou het woningcorporaties moeilijk gemaakt worden om woningen te bouwen. Ook de verduurzaming en service zou hierdoor op de tocht komen te staan. Een paar jaar geleden werd de verhuurdersheffing afgeschaft, zodat woningcorporaties meer konden besteden aan het bouwen van woningen. Echter kwam daarvoor de ATAD (Anti-Tax Avoidance Directive) regeling in de plaats. Deze regeling moet belastingontduiking voorkomen en richt zich vooral op Multinationals. Woningcorporaties zijn geen Multinationals, zij maken geen winst. Woningcorporaties mogen door de ATAD regeling nog maar 20% van de rente die zij betalen aftrekken van de belasting die wordt afgedragen. Woningcorporaties moeten en willen komende jaren sociale huurwoningen bouwen. Dit doen zij met geleend geld. Voor die leningen betalen zij al meer vanwege oplopende rente. Daar komt de ATAD regeling nog bij. Omdat ook de vennootschapsbelasting omhoog gaat wordt het de corporaties moeilijk gemaakt om te bouwen. Den Haag had de woningcorporaties kunnen compenseren, door de ATAD regeling voor hen aan te passen. De huurder is nu alsnog de dupe van dit beleid.

Bewonerscommissies

Afgelopen 16 april hebben wij als HuurdersBelangenVereniging een bijeenkomst gehouden met onze bewonerscommissies, zodat zij met elkaar konden sparren en wij meer inzicht krijgen wat er speelt bij hen. Het was een gezellige en zeer nuttige ochtend.
Mocht jij ook een bewonerscommissie op willen richten om de bewoners uit jouw wooncomplex of omgeving te vertegenwoordigen en samen sterk te staan, neem dan voor meer informatie contact met ons op almere@hbva.nu.

Bijna tweehonderdduizend huurders vragen geen huurtoeslag aan, terwijl ze er wel recht op hebben. Deze huurders lopen gemiddeld €77 per maand mis, volgens het Centraal Planbureau (CPB).

De overheid zou huishoudens actief moet informeren als zij recht hebben op huurtoeslag. Dat kan bijvoorbeeld naar aanleiding van aangiftegegevens van de Belastingdienst.

In 2020 kregen meer huurders recht op huurtoeslag, doordat de harde inkomensgrenzen vervielen. Het CPB toont ook aan dat vooral ZZP’ers en ouderen geen gebruik maken van de huurtoeslag. Het is aannemelijk dat de angst op het moeten terugbetalen van toeslagen een rol speelt bij het niet aanvragen van de huurtoeslag. Daarom is het belangrijk dat huurders erop worden gewezen dat zij de ‘Huurtoeslag’ ook met terug werkende kracht aan kunnen vragen. Je kunt namelijk nog tot september 2025 huurtoeslag en zorgtoeslag aanvragen over het jaar 2024.

 

 

 

De eerste meldingen van woekerhuren zijn in behandeling bij gemeenten. Zij mogen sinds dit jaar boetes uitdelen aan huisjesmelkers.

Zo gaat er bijvoorbeeld in Den Haag een brigade de wijken in om te controleren of verhuurders zich aan de regels houden. Handhavers zien kamers vol schimmel die worden verhuurd voor een bedrag dat 2,5 keer hoger is dan op basis van de puntentelling is toegestaan. Ook zien zij huurders die extra moeten betalen buiten het huurcontract om. Of Arbeidsmigranten die met z’n tienen een vieze driekamerwoning delen en daar samen €5000 voor betalen.

Sinds 1 januari 2025 mogen gemeenten verhuurders beboeten die een veel te hoge huur vragen. Het gaat om woningen die volgens de puntentelling (het woningwaarderingsstelsel) maximaal 186 punten krijgen. Die woningen vallen onder de gereguleerde huur.

Naast Den Haag zijn er meer gemeenten, die inmiddels de eerste meldingen van te hoge huren behandelen. Huurders kunnen woekerhuren melden bij het meldpunt van de gemeente. Ook voor andere klachten over hun verhuurder kunnen huurders daar terecht. Sommige gemeenten hebben teams ingericht om de meldingen te behandelen.

Verhuurders die met ‘short stay’ contracten veel te hoge huren vragen, lopen steeds vaker tegen de lamp. Na media-aandacht stappen meer huurders succesvol naar de Huurcommissie.

Sinds de invoering van de ‘Wet Vaste Huurcontracten’ op 1 juli 2024 is het vaste huurcontract voor de meeste huurders weer de norm. Verhuurders proberen hier onderuit te komen door hun woningen te meubileren en extra ‘hoteldiensten’ aan te bieden. Op deze manier proberen ze toch tijdelijk te verhuren én de huurprijsbescherming te omzeilen, door te doen alsof ze een hotelfunctie hebben. Volgens onderzoek is de inzet van dit soort ‘short stay’ contracten vorig jaar met 45 procent gegroeid.

Onlangs was in het televisieprogramma ‘Radar’ te zien dat de ‘Huurcommissie’ in recente uitspraken ‘de short stay truc’ als schijnconstructie  beoordeelt.

Eén van de vele recente uitspraken van ‘de Huurcommissie’ laat zien hoe een verhuurder tegen de lamp loopt. De huurder betaalt € 800,- voor een studentenkamer. De verhuurder stelt dat het een ‘short stay’ contract is. ‘De Huurcommissie’ gaat hier niet in mee, omdat er in het huurcontract geen enkel verband is met de studieduur van de bewoner. Het blijkt om een tijdelijk huurcontract te gaan, waar gewoon de wettelijke huurprijsbescherming voor geldt. De Huurcommissie oordeelt dat de huurder op basis van het puntenstelsel maar € 228,18 per maand hoeft te betalen.

De door verhuurders gebruikte term ‘short stay’ is geen wettige term. Een huurovereenkomst naar aard van korte duur is alleen bedoeld voor situaties waarin het voor iedereen duidelijk is dat de huurders er tijdelijk verblijven. Bekende voorbeelden hiervan zijn hotels, vakantiewoningen en wisselwoningen. Er geldt dan geen huurbescherming en er is dan geen maximale huurprijs volgens het puntenstelsel.

Ook de kantonrechter wijst verhuurders terecht op het misbruiken van ‘short stay contracten’. In deze uitspraak van 11 maart 2025 betekent dit voor de huurder een huurverlaging van bijna € 1.000,- per maand. Het gaat om een kamer van tien vierkante meter, die de verhuurder voor € 1.500,- met een ‘short stay’ contract verhuurde. De rechter oordeelde dat het niet om ‘short stay’ gaat en verlaagde de huurprijs conform het puntenstelsel naar € 178,94. Samen met de servicekosten betaalt de huurder nu € 553,94 per maand.

De Huurcommissie en de rechter kunnen dus beoordelen of er wel of geen sprake is van een reguliere huursituatie. Maar ook gemeenten kunnen iets betekenen, zij bepalen namelijk zelf hoeveel speelruimte de verhuurders krijgen. In meerdere gemeenten is in huisvestingsverordeningen en omgevingsplannen vastgelegd dat veruit de meeste woningen bestemd zijn om erin te wonen en niet om er betaald te logeren. Wie in deze gemeenten toch een vakantieverblijf wil verhuren, moet zich dan op z’n minst eerst laten registreren. Gemeenten kunnen dus wel sturen op een strengere aanpak van ‘short stay’. Bijvoorbeeld via vergunningsvereisten voor deze woningonttrekkingen en boetes voor het niet hebben van de juiste vergunningen.

Er is veel te doen rond zonnepanelen. Energiemaatschappijen vragen terugleverkosten. Op 1 januari 2027 kan zonnestroom niet meer gesaldeerd worden. Hoe zorgen we dat zonnepanelen aantrekkelijk blijven voor huurders? Ook hier gaan wij als HuurderdersBelangenVereniging mee aan de slag voor de huurder.